vrijdag 16 december 2011

Zomertijd, regentijd


Een week of twee geleden is de regentijd aangebroken. En het ging op dezelfde manier als toen ik dat voor het eerst meemaakte in Brasil. Dat was in Manaus, middenin het Amazonegebied. Om drie uur 's nachts werd ik wakker doordat er een storm door de straat raasde, direct gevolgd door enorme regenbuien, die pas 's middags om drie uur even pas op de plaats  maakten. Nu kwam ik met twee volle boodschappentassen terug van de supermarkt. Vlak voordat ik de hoek van mijn straat bereikte, stak er ineens een vreemde wind op. Een soort wervelwind die kartonnen dozen van de ene kant van de straat naar de andere leek te schoppen, en terug. Meteen voelde ik dikke droppen en ik kon niet snel genoeg tegen de helling op om nog droog thuis te komen. Sedertdien regent het gedurig, vele uren achtereen. En er komen dan zulke enorme hoeveelheden water naar beneden dat je je afvraagt waar het allemaal vandaan komt.
Elf maanden geleden schreef ik op dit weblog ook over de regen en over de rampzalige gevolgen ervan voor mensen die op of vlakbij hellingen wonen. Ook nu is het alweer raak; gisteren stonden de TV-journaals bol van de beelden van ondergelopen wijken in grote steden zoals Belo Horizonte.
De vorige keer dat ik er hier over schreef kon ik laten weten dat er in Mariana gelukkig geen grote overlast was. Maar gezien de manier waarop hier soms tegen en bovenop hellingen wordt gebouwd had het me niet verbaasd als er ongelukken waren gebeurd.
Nu is het ook in Mariana raak. Bij twee huizen die ik vanaf mijn terras kan zien, aan de andere kant van de stad, verschenen kort na het begin van de regentijd grote lappen plastic. En enkele dagen later stond er een foto in het plaatselijke krantje waarop was te zien dat er een aardverschuiving had plaatsgevonden waardoor de huizen aan de rand van een afgrond kwamen te staan. De bewoners moesten hun huis uit. Een van de huiseigenaren was zonder toestemming van de gemeente op een lager gelegen deel van het terrein een garage gaan bouwen, met het gevolg dat de helling kennelijk instabiel was geworden.
Gisteren kreeg mijn huisgenote Daniele een telefoontje dat onder het huis van een ‘tante’, die vlak boven de rivier woont, de keuken gedeeltelijk door het water was ondermijnd. We realiseren ons dat de regentijd nog maar net is begonnen. Veel mensen die aan de vele hellingen hier wonen zullen de komende tijd minder rustig slapen. Ik hoorde dat ook in de wijk Rosário, waar ik eerder woonde, al maatregelen worden getroffen om instortingsgevaar te verminderen.
Over een paar dagen begint hier de zomer, en dat is niet voor iedereen de prettigste periode van het jaar.

Foto: voorpagina van de krant Ponto Final. "Gezinnen verhuisd vanwege instortingsgevaar."

vrijdag 9 december 2011

Ita…, een homenagem aan wijlen mijn vriend Augusto



Toen ik de eerste keer met wijlen Augusto, op een rustige zondagochtend in 2007, meereed om een dag door te brengen bij zijn gezin in Contagem (onder de rook van Belo Horizonte), wees hij me op bijzonderheden van het landschap waar we doorheen reden en hij legde me de betekenis uit van bepaalde geografische namen. Dat laatste kreeg een staartje.
Het was me al opgevallen dat veel plaatsnamen en namen van rotsen in Brazilië en hier in de deelstaat Minas Gerais beginnen met Ita. Dat blijkt het Indiaanse woord te zijn voor steen, in het Tupi-Guarani, de Indiaanse taal die een stempel heeft gedrukt op de Braziliaanse taal.
De eerste naam waarop Augusto me attendeerde, was Itacolomi, de naam van een rotspunt tussen Mariana en Ouro Preto. Die punt bestaat uit een groot rotsblok en een kleiner dat als het ware op de schoot van het grote blok rust. De naam is dan ook een verbastering van ‘ita’ en ‘corumi’, ‘a pedra e o menino’, de steen en het kind, ook wel: het kind van de steen.
Handig, bedacht ik me, om plaatsen in het landschap aan te duiden met een steen. Een boom kan door de bliksem worden getroffen, een huis kan vervallen, een stroom kan zich verleggen, maar een steenformatie is bijna voor de eeuwigheid gefixeerd. Slim bedacht van die Indianen. Vergelijkbaar met de wellicht modernere gewoonte om plaatsen te noemen naar bruggen.
De volgende naam die Augusto voor me uit de doeken deed, was van de stad Itabirito, halverwege tussen Mariana en Belo Horizonte. Deze naam laat zien dat de plaats herkenbaar was aan een ‘pedra que risca vermelho’,  een steen met rode strepen, wat erop wees dat er in de regio overvloedig ijzererts was (en nog is) te vinden.
Ik kreeg al snel de smaak te pakken en stelde Augusto voor samen een catalogus aan te leggen van namen die met Ita… beginnen, inclusief hun betekenissen. Hij stemde er joviaal mee in, maar in de praktijk kwam het vooral op mij aan. We legden eerst een lijst aan van uiteindelijk ongeveer vijfenveertig geografische namen die tamelijk gemakkelijk te vinden waren. Die komen uit het hele immense Brazilië, van het Amazonegebied in het noorden tot de deelstaat Rio Grande do Sul in het zuiden. Er moet in dit land een veelvoud zijn te vinden van namen die met Ita… beginnen. Met alle verschillen in de talen en dialecten van de Indianen hadden ze allemaal kennelijk wel ita, steen, gemeenschappelijk.
Daarna werd het een zoektocht op internet, waar met name in de Wikipedia van veel namen de herkomst wordt uitgelegd. Uiteindelijk stelde ik een lijst samen met meer dan tweehonderd van die met ita beginnende namen. Ik haal hier de in mijn ogen meest interessante namen naar voren. Als je de herkomst van de namen kent, is het ook begrijpelijk dat sommige namen meerdere keren voorkomen in dit land. Dat is bijvoorbeeld het geval met de naam Itatiaia, wat betekent: hoge, recht oprijzende rots met veel uitsteeksels.
Voor verschillende namen wordt nagenoeg dezelfde uitleg gegeven. Itaberá, Itaberaba en Itabira blijken alle drie te betekenen ‘glinsterende of schitterende steen’. Daarentegen kom je soms voor dezelfde naam verschillende omschrijvingen tegen. Dat geldt bijvoorbeeld voor Itabaiana, een naam die voorkomt in twee noordelijke staten, Paraíba en Sergipe. Voor de naam in de deelstaat Paraíba vond ik de uitleg dat het een combinatie is van ‘ita’ en ‘baiana’: de steen die danst. Dat zou verwijzen naar een steen in de naburige rivier Rio Paraíba, die in een draaiende beweging balanceert en daardoor de indruk maakt te dansen.
Voor Itabaiana in de deelstaat Sergipe kwam ik een heel andere uitleg tegen. Het zou gaan om een combinatie van ‘ita’, steen dus, hier in de betekenis van ‘serra’ = berg, met ‘taba’, inheems gehucht, en ‘oane’, dat iemand betekent. Zo komt men tot de uiteindelijke betekenis: ‘naquela serra tem uma aldeia, onde mora gente, naquela aldeia mora alguém’ oftwel: op die berg is een gehucht waar mensen wonen, of: in dat gehucht woont iemand.

Zoals gezegd kom je namen met Ita… in heel Brazilië tegen. In de noordelijke deelstaat Amazonas vinden we bijvoorbeeld Itacoatiara. Dat verwijst naar: ita, steen, en coatiara, beschilderd, gegraveerd of gebeeldhouwd, een gekleurde steen met opschrift bij de toegang tot de stad.
In de zuidelijke deelstaat Rio Grande do Sul komen we de naam Itá tegen, enkel en alleen steen dus. Ook vond ik in die zuidelijke staat Itaara, hoge steen of stenen altaar.
Voor Itabela in de deelstaat Bahia stuitte ik op een verklaring die aan de ene kant plausibel lijkt, maar toch ook wat vreemd is: omdat er aanvankelijk ‘tabelas’, tabellen met afstanden tussen de verschillende plaatsen, werden gehanteerd (wellicht bij de toe- of uitgang van een stad of dorp) zouden verschillende plaatsnamen in Bahia beginnen met ‘ita’, zoals deze naam Itabela. Maar er wordt tussen haakjes ook verwezen naar ita = steen.
In Bahia ligt voorts een plaats met de naam Itabuna, samengesteld uit de combinatie van ita en una = zwart: de zwarte steen. In mijn eigen deelstaat Minas Gerais kennen we Itaúna, met dezelfde betekenis. En de naburige deelstaat Espírito Santo kent Itaúnas, dat te danken zou zijn aan zwarte stenen in een rivier.
Itaboraí in de deelstaat Rio de Janeiro komt uiteraard ook uit het Tupi-Guarani en betekent ‘pedra bonita escondida na água’, de mooie steen, verborgen in het water. Een soort zoekplaatje, lijkt me, om de weg aan te geven.
Interessant is ook Itanhaém, een stad aan de kust van de deelstaat São Paulo, die één van de oudste steden in Brazilië schijnt te zijn. Die naam betekent ‘pedra que canta’, de steen die zingt, of ‘pedra que chora’: de huilende steen. Misschien een steen die altijd in de wind staat of waar de golven omheen spelen.

Eerder in dit verhaal wees ik er al op dat veel plaatsnamen in dit immense land meer dan eens voorkomen. In het register van een wegenatlas komt de naam Lagoa Grande, groot meer, bijvoorbeeld zesmaal voor, in vijf verschillende deelstaten. Eénmaal staat er ‘do Maranhão’, de naam van de deelstaat bij. Plaatsen met de naam São Francisco kom ik 28 keer tegen, waarvan zes keer met als enige toevoeging de twee letters waarmee de deelstaat wordt aangeduid, bijvoorbeeld MG voor Minas Gerais. Daarmee wordt voor de hand liggende verwarring voorkomen. Ik noemde eerder Itabaiana: de stad met die naam in de deelstaat Paraíba staat dus bekend als Itabaiana PA en in Sergipe als Itabaiana SE.

Op de afbeelding bovenaan de Pico do Itacolomi, de steen met het kind of het kind van de steen.