zondag 26 december 2010

Voor het laatst: mieren en de bebedouro

Al meermalen heb ik hier verslag gedaan van mijn niet-aflatend gevecht met de mieren (klein en groot) die de bebedouro belagen, het flesje waaruit de beija-flores of kolibri’s zoet water komen drinken. Af en toe leek het er even op of ik de mieren had weten af te troeven, maar steeds kwamen ze terug. Ik had werkelijk van alles geprobeerd, maar niets leek echt te helpen. Sedert geruime tijd was het de gewoonste zaak van de wereld dat ik ’s morgens tot wel twaalf mieren in de bebedouro aantrof, hetzij boven de waterspiegel, hetzij verdronken in het zoete vocht. (Misschien kan een mier zich geen mooiere dood voorstellen?) Ze wurmden zich door de bloemsteeltjes naar binnen, al zou je zweren dat ze er niet doorheen passen; af en toe was er ook één klem blijven zitten. Ik moest bij het schoonmaken en opnieuw vullen van de bebedouro heel wat mierenoverschotjes wegspoelen.

Mieren schijnen niet echt te kunnen zwemmen en water zou hen kunnen tegenhouden. Maar de bakjes waarvan bebedouros soms zijn voorzien, bleken te klein voor de grote mieren die het de laatste maanden op mijn bebedouro hadden voorzien; die wisten kennelijk over het wateroppervlak heen te stappen. In een laatste vertwijfelde poging keek ik de bebedouro nog eens aan en ik dacht: ik zou er een groter kapje bovenop moeten monteren dat ik kan laten vollopen met water. Toen schoot me te binnen dat ik nog ergens restanten van net zo’n bebedouro moest hebben en toen ik daarvan het bovenkapje op de kop hield, bedacht ik me ineens dat dat misschien altijd al de bedoeling was geweest. Soms is het leven zo eenvoudig dat je er straal overheen kijkt.
Ik draaide het kapje om, zorgde voor een goede afdichting en vulde het bakje met water. De mieren die daarna langs het touwtje afdaalden, klonterden vlak boven de waterspiegel samen, maar de oversteek wisten ze niet meer te maken. Sedert een dag of twee is er geen mier meer te bekennen. Ik hoop hier nooit op terug te hoeven komen.

Op de foto’s: klein: de bebedouro zoals ik hem kocht, met een afdakje; groter: de bebedouro met het afdakje omgekeerd en gevuld met water.

zondag 19 december 2010

Sinterklaas op zijn Braziliaans


Hoe rooms-katholiek dit land ook mag zijn, Sinterklaas heeft het nooit zover geschopt dat hij hier zo’n extreem populaire heilige is geworden. Hij heeft hier een heel seculiere evenknie, Papai Noël, zeg maar: Papa Kerst. Ieder jaar opnieuw verbaast het me zo’n warm ingepakt mannetje met volle witte baard te zien in de warenhuizen, op internet en hier in Mariana van tijd tot tijd in het winkelgebied en op veranda’s van woonhuizen. Maar ik wen er langzamerhand aan dat kerstbomen en dergelijke het hier goed doen zonder sneeuw, maar juist in de hoogzomerse warmte.
Kerst is hier een zeer commercieel feest en het lijkt elk jaar erger te worden. Ik krijg dagelijks van verschillende internetwarenhuizen aanbiedingen per e-mail, maar de laatste dagen krijg ik van sommige winkels twee- of driemaal per dag een reclamemail met kerstaanbiedingen en -kortingen. Al dat commerciële geweld leidt ertoe dat heel veel Brazilianen vinden dat kerst niet zonder cadeaus kan. Jaren geleden al werd me hier in Brasil op het hart gedrukt dat de kans beroofd te worden het grootst is in de dagen vlak vóór kerst; ook de armen willen hun kinderen niet onbedeeld laten en als ze kans zien ergens iets te ritselen, zullen ze het zelden laten, werd me verteld.
Een bekende plaatselijke kunstenares, Cacá Drummond, organiseert in Mariana al acht jaar lang een actie waarvoor zij speelgoed en kinderkleding inzamelt om die door Papai Noël en zijn helpers te laten uitdelen aan kinderen in de minder bedeelde distritos (buurtschappen) van Mariana. Bovendien organiseert Cacá in hetzelfde kader een lunch voor de bejaarde bewoonsters van een bejaardenhuis in onze stad. De dames krijgen bij die lunch een kerstpakket met een collectie shampoo, zeep en lekkere luchtjes.

Dit jaar gaf ik niet alleen een stoffelijke bijdrage, maar ik bood ook mijn lijfelijke hulp aan bij een rondrit langs zes buurtschappen, wat een rit bleek te zijn van niet minder dan 180 kilometer! Een paar dagen tevoren had ik mijn baard flink ingekort, maar dat bleek voor Cacá geen beletsel om me meteen tot Papai Noël te bombarderen. Aan de grens van elke buurtschap beklom ik in rood-wit gewaad en getooid met een warme muts de laadbak van een pickup truck. Ik zwaaide naar alle dorpsbewoners die zich lieten zien en de pubers bij me in de laadbak riepen om het hardst de kinderen toe bij het schooltje of op het plein een presentje in ontvangst te komen nemen. Het was een feest die gezichten in gespannen afwachting en daarna met innig-tevreden blikken te zien van de kinderen en vaak ook van de moeders die blij waren hun kind met een kerstcadeautje te zien.
Niet alleen Cacá Drummond organiseert haar actie, ook winkeliers en de posterijen bieden hun hulp aan. Veel kinderen mogen op school hun liefste wens op een stukje papier schrijven. Al die papiertjes gaan dan naar bijvoorbeeld een drogaria, een drogisterij/apotheek, of naar een postkantoor, waar ze in een doos op de toonbank staan. Wie een ruim hart heeft, kan er een briefje uit vissen en dient dan het gevraagde cadeautje op tijd op dezelfde plaats ‘aan te leveren’. Mijn huisgenote Daniele trok het briefje van bijgaande foto. De tekst luidt vertaald: “Ik wil van Papai Noël graag een autootje van Hotwoees (bedoeld is: Hotwheels) krijgen. Leeftijd: negen jaar. Naam: Maxsuel Henrique Rosa”. De juf heeft er de naam van de school onder geschreven.

Overigens is het hier altijd een beetje oppassen geblazen met zulke acties als je de organisatoren niet kent. Ook in Brazilië zijn er slimmeriken die graag misbruik maken van de warme gevoelens die kerst en kinderen oproepen om daar een slaatje voor zichzelf uit te slaan.