dinsdag 2 november 2010

Spoorzoeken tussen de zerken


Vandaag was het 2 november, Allerzielen, de dag waarop veel Brazilianen hun doden herdenken. Ze doen dat zoals ik het van de Fransen leerde kennen: door een bezoek aan de begraafplaats, die aan het einde van de dag op een bloemenzee lijkt.
Ruim een jaar geleden, op 15 oktober 2009, overleed plotseling mijn goede vriend Augusto Paulo Celestino. Precies een jaar later werd hij herdacht in een mis in de mooie barokke kerk van São Francisco. Het leek me desalniettemin een mooi idee vandaag, twee weken later, een bezoek aan zijn graf te brengen. Vorig jaar deed ik dat ook, maar toen was het graf onvindbaar, zodat ik mijn bloemen achterliet op een onbestemd graf in de buurt waar Augusto begraven moest liggen.
Het was druk op de begraafplaats, toen ik aan het begin van de middag arriveerde. Ik ging meteen op zoek, maar opnieuw bleek het graf onvindbaar. Ik herinnerde me waar ik het ongeveer moest zoeken en bleef in die omgeving ronddwalen. Drie dames merkten me op en vroegen waar ik naar op zoek was. “O, Augusto Paulo, de advocaat”, zei een van de drie. Ze bleek Augusto te hebben gekend. Met haar twee vriendinnen ging ze mee op zoek, maar het had geen resultaat. Ze verwezen me ten slotte naar iemand die op de begraafplaats werkte en die vast wel raad wist. Een heel aardige Braziliaan, heel voorkomend, maar hij legde me uit dat hij ook op andere begraafplaatsen werkte en daardoor niet alle graven kende. Zijn collega, de beheerder, was gaan lunchen, maar als hij terugkwam, zou hij me zeker helpen. Andere bezoekers die me zagen zoeken, vooral vrouwen, boden hun hulp aan en zochten mee. Veel mensen bleken Augusto op zijn minst een beetje te hebben gekend, hetgeen me niet verbaasde, want ik had vaak gemerkt dat op straat de één na de ander hem groette. “Augusto, dat was toch de broer van Maria Clara?”, herinnerde iemand zich; ik kon het beamen.
Maar dat alles bracht me niets verder. De plant die ik had meegenomen raakte in begrafenisstemming; ze verloor een takje bloemen en een blad. De medewerker van de lunchende collega, kennelijk een beetje gegeneerd omdat ik zó lang moest wachten, nam me mee de heuvel achter de begraafplaats op, want daar zou een plattegrond zijn. Maar het gebouwtje was aan alle kanten op slot. De heuvel weer af, op een muurtje uitgerust en vervolgens weer tussen de graven door gelaveerd. De tombes liggen vaak heel dicht tegen elkaar aan, zodat je er niet gemakkelijk tussendoor kunt. Toen ik dacht dat het ergens wel kon, zag ik op het laatste moment dat het een graf zonder enige verhoging was dat ik dreigde te betreden, zodat ik schielijk achteruit deinsde.
Om vijf uur ’s middags gaat de begraafplaats gewoonlijk dicht. Omstreeks die tijd werd ik schielijk uit mijn denken gewekt door iemand die me ook had helpen zoeken. “Daar!”, wees hij me, “die meneer moet je hebben.” De beheerder was terug van de lunch, hoorde mijn vraag aan, zei dat hij zich Augusto vagelijk herinnerde, maar niet zijn graf. Hij nodigde me uit weer de heuvel op te gaan en deze keer was het niet voor niets, want hij beschikte over de sleutels. Na het ontgrendelen van minstens vijf of zes sloten kwamen we in een computerhok. Op de ene computer zocht hij Augusto op naam en datum, eerst tevergeefs omdat mijn vriend per abuis was omgedoopt tot Augusta. En vervolgens toonde een andere computer op een plattegrond plaats en nummer van het graf of túmulo. Terwijl de beheerder me vertelde dat de politiek niet erg in begraafplaatsen is geïnteresseerd, tot er iemand in de familie of uit de politiek overlijdt, bracht hij me naar de plek waar Augusto ten grave was gedragen. Het moest het graf van zijn vader zijn, hadden verschillende behulpzame mensen me verzekerd. Er stond een heel andere naam op de steen, van ene Pereira, een hier heel veel voorkomende naam. “Maar hij ligt hier echt”, verzekerde de beheerder me. Toen ontdekte ik achter een grote plant een ander bordje, met de naam en data van Jefferson Celestino, inderdaad: de vader van wijlen Augusto. Ik liet de plant achter, nam afscheid van enkele mensen die me hadden bijgestaan en was zeer opgelucht dat ik mijn attentie niet opnieuw op het graf van een onbekend iemand had moeten achterlaten. Augusto was weer even deel van mijn leven geweest.

Op de foto: het deel van de begraafplaats van Santana waar mijn vriend begraven ligt.

5 reacties:

Bert Ernste zei

Mooi!

Joop Liefaard zei

Ontroerend verhaal Constantino. Fijn dat je uiteindelijk toch het graf hebt kunnen vinden.

Norbert Bruggeman zei

Schitterend. Ontroert zeker. Maar gelukt. Fijn. Je moet, bij wat dan ook, geduld hebben in dit land. Zucht...

arjan visser zei

beste constantino, zou je graag een paar vragen stellen, zou je me een mailtje willen sturen? dankjewel, hartelijks, arjan visser (dld2003@xs4all.nl)

Constant(ino) zei

Allemaal bedankt voor jullie commentaar. En Arjan: mijn e-mailadres heb je inmiddels.