zaterdag 26 mei 2012
Uitgevlogen!
Vanochtend waren ze duidelijk te zien: twee kopjes van jonge beija-flores, kolibries, over de rand van het nestje. Die vliegen misschien dit weekend nog uit en anders volgende week, dacht ik. Gemiddeld verlaten ze na 22-24 dagen het nest en volgens onze berekeningen zou het dit weekend zover zijn.
Aan het eind van de morgen moest ik even weg. Wat zie ik in mijn op vogels afgestelde ooghoek? Eén van de twee jongen, filhotes op zijn Braziliaans, is aan het einde van zijn vermoedelijk eerste vliegpoging neergestreken op het terras vóór mijn huis. Ik kon hem benaderen, hij keek me aan en bleef zitten. Ook van mijn fototoestel leek hij niet bang. Naderhand heeft Daniele hem even in de hand gehad en toen ik terugkwam, kon ik hem weer dicht benaderen. Maar toen ik probeerde of hij op mijn vinger wilde gaan zitten, fladderde hij op en zocht een zitplaats op een tak van een boompje. Zijn vader of moeder waarschuwt het jong nu regelmatig met een scherp tikgeluid. De middag kan hij op de tak doorbrengen, maar ik denk dat hij vanavond terug naar het nest moet, want 's nachts is het onaangenaam koud.
zaterdag 5 mei 2012
donderdag 3 mei 2012
Braziliaanse seizoenen
Toen ik vanochtend onder de douche uit kwam, bleek de spiegel niet beslagen te zijn, zodat ik meteen mijn haren kon kammen. Onder de douche had ik ook al gemerkt dat het water koeler was. De winter is begonnen, dat is duidelijk. Drie dagen geleden leek het nog zomer, met een warme middagtemperatuur. Maar eergisterenavond werd het ineens fris. Medelijden is niet nodig, hoor. Ook een wintermiddag kan hier nog veel weg hebben van wat in Nederland een lekkere zomerdag wordt genoemd. Dat het winter is, is vooral 's avonds en 's nachts te voelen.
Is het bij jullie te merken als het voorjaar is?, vroeg iemand me laatst per e-mail. Nauwelijks, kan ik daarop antwoorden. De echte natuurkenners zullen vast kunnen vertellen dat bepaalde planten in bloei komen als volgens de kalender de lente begint, maar er zijn hier het hele jaar door telkens weer nieuwe bloemen en wat maakt dat het er hier altijd warmer, aangekleder en gezelliger uitziet, is dat de bomen nooit bladloos worden, behalve dan de ipê, die opvalt doordat hij geen blad heeft als hij vol hangt met bloemen. Alle andere bomen lijken als het ware steeds een beetje te ruien; tussen groen blad zie je hier en daar een exemplaar dat er de brui aan geeft. En sommige bomen met grote bladeren zijn er het hele jaar druk mee plaats te maken voor nieuw blad.
Een Braziliaan zei ooit tegen mij dat men hier veel minder gevoel voor de seizoenen heeft en dat er eigenlijk maar twee seizoenen zijn: de overwegend droge tijd en de natte maanden. Je kunt dat goed zien in het moerasgebied de Pantanal, dat in de natte periode nauwelijks is te bezoeken omdat grote delen dan onder water staan. Alleen in de drogere periode zakt het waterpeil zodanig dat wegen er begaanbaar zijn.
Vanwege die twee seizoenen heb ik nu dus het gevoel dat het winter is, hoewel eind maart de herfst begon. Dat neemt niet weg dat de beija-flor-tesoura, de kolibrie op de foto, alweer enige tijd op het nestje zit. Er kunnen zomaar opeens weer jongen zijn. Dat gaat eigenlijk vrijwel het hele jaar door.
Het zal duidelijk zijn dat het best herkenbare teken van de overgang van de warme naar de koelere periode hier de wisseling van kleding is. Als ik vroeg de deur uit moet, doe ik een warme trui of een jack aan (waar ik soms na anderhalf uur alweer last van heb), en de lange broek is weer wat meer in trek dan de bermuda. Bovendien past bij dit seizoen ’s avonds warme chocolademelk.
Dat overigens ook hier het klimaat verandert, zien we op de TV. In het uiterste zuiden van het land, het deel dat grenst aan Uruguay en Argentinië, is de temperatuur gedaald tot vlak bij het vriespunt. Dat wordt nog niet als normaal beschouwd. Als ik nu op reis ging, koos ik de andere kant. Onze vrienden André en Siese belden vanuit Paraíba in de nordeste, het noord-oosten, en vertelden dat het daar ondanks de herfst volop zomer is.
Is het bij jullie te merken als het voorjaar is?, vroeg iemand me laatst per e-mail. Nauwelijks, kan ik daarop antwoorden. De echte natuurkenners zullen vast kunnen vertellen dat bepaalde planten in bloei komen als volgens de kalender de lente begint, maar er zijn hier het hele jaar door telkens weer nieuwe bloemen en wat maakt dat het er hier altijd warmer, aangekleder en gezelliger uitziet, is dat de bomen nooit bladloos worden, behalve dan de ipê, die opvalt doordat hij geen blad heeft als hij vol hangt met bloemen. Alle andere bomen lijken als het ware steeds een beetje te ruien; tussen groen blad zie je hier en daar een exemplaar dat er de brui aan geeft. En sommige bomen met grote bladeren zijn er het hele jaar druk mee plaats te maken voor nieuw blad.
Een Braziliaan zei ooit tegen mij dat men hier veel minder gevoel voor de seizoenen heeft en dat er eigenlijk maar twee seizoenen zijn: de overwegend droge tijd en de natte maanden. Je kunt dat goed zien in het moerasgebied de Pantanal, dat in de natte periode nauwelijks is te bezoeken omdat grote delen dan onder water staan. Alleen in de drogere periode zakt het waterpeil zodanig dat wegen er begaanbaar zijn.
Vanwege die twee seizoenen heb ik nu dus het gevoel dat het winter is, hoewel eind maart de herfst begon. Dat neemt niet weg dat de beija-flor-tesoura, de kolibrie op de foto, alweer enige tijd op het nestje zit. Er kunnen zomaar opeens weer jongen zijn. Dat gaat eigenlijk vrijwel het hele jaar door.
Het zal duidelijk zijn dat het best herkenbare teken van de overgang van de warme naar de koelere periode hier de wisseling van kleding is. Als ik vroeg de deur uit moet, doe ik een warme trui of een jack aan (waar ik soms na anderhalf uur alweer last van heb), en de lange broek is weer wat meer in trek dan de bermuda. Bovendien past bij dit seizoen ’s avonds warme chocolademelk.
Dat overigens ook hier het klimaat verandert, zien we op de TV. In het uiterste zuiden van het land, het deel dat grenst aan Uruguay en Argentinië, is de temperatuur gedaald tot vlak bij het vriespunt. Dat wordt nog niet als normaal beschouwd. Als ik nu op reis ging, koos ik de andere kant. Onze vrienden André en Siese belden vanuit Paraíba in de nordeste, het noord-oosten, en vertelden dat het daar ondanks de herfst volop zomer is.
vrijdag 16 december 2011
Zomertijd, regentijd
Een week of twee geleden is de regentijd aangebroken. En het ging op dezelfde manier als toen ik dat voor het eerst meemaakte in Brasil. Dat was in Manaus, middenin het Amazonegebied. Om drie uur 's nachts werd ik wakker doordat er een storm door de straat raasde, direct gevolgd door enorme regenbuien, die pas 's middags om drie uur even pas op de plaats maakten. Nu kwam ik met twee volle boodschappentassen terug van de supermarkt. Vlak voordat ik de hoek van mijn straat bereikte, stak er ineens een vreemde wind op. Een soort wervelwind die kartonnen dozen van de ene kant van de straat naar de andere leek te schoppen, en terug. Meteen voelde ik dikke droppen en ik kon niet snel genoeg tegen de helling op om nog droog thuis te komen. Sedertdien regent het gedurig, vele uren achtereen. En er komen dan zulke enorme hoeveelheden water naar beneden dat je je afvraagt waar het allemaal vandaan komt.
Elf maanden geleden schreef ik op dit weblog ook over de regen en over de rampzalige gevolgen ervan voor mensen die op of vlakbij hellingen wonen. Ook nu is het alweer raak; gisteren stonden de TV-journaals bol van de beelden van ondergelopen wijken in grote steden zoals Belo Horizonte.
De vorige keer dat ik er hier over schreef kon ik laten weten dat er in Mariana gelukkig geen grote overlast was. Maar gezien de manier waarop hier soms tegen en bovenop hellingen wordt gebouwd had het me niet verbaasd als er ongelukken waren gebeurd.
Nu is het ook in Mariana raak. Bij twee huizen die ik vanaf mijn terras kan zien, aan de andere kant van de stad, verschenen kort na het begin van de regentijd grote lappen plastic. En enkele dagen later stond er een foto in het plaatselijke krantje waarop was te zien dat er een aardverschuiving had plaatsgevonden waardoor de huizen aan de rand van een afgrond kwamen te staan. De bewoners moesten hun huis uit. Een van de huiseigenaren was zonder toestemming van de gemeente op een lager gelegen deel van het terrein een garage gaan bouwen, met het gevolg dat de helling kennelijk instabiel was geworden.
Gisteren kreeg mijn huisgenote Daniele een telefoontje dat onder het huis van een ‘tante’, die vlak boven de rivier woont, de keuken gedeeltelijk door het water was ondermijnd. We realiseren ons dat de regentijd nog maar net is begonnen. Veel mensen die aan de vele hellingen hier wonen zullen de komende tijd minder rustig slapen. Ik hoorde dat ook in de wijk Rosário, waar ik eerder woonde, al maatregelen worden getroffen om instortingsgevaar te verminderen.
Over een paar dagen begint hier de zomer, en dat is niet voor iedereen de prettigste periode van het jaar.
Foto: voorpagina van de krant Ponto Final. "Gezinnen verhuisd vanwege instortingsgevaar."
vrijdag 9 december 2011
Ita…, een homenagem aan wijlen mijn vriend Augusto
Toen ik de eerste keer met wijlen
Augusto, op een rustige zondagochtend in 2007, meereed om een dag door te
brengen bij zijn gezin in Contagem (onder de rook van Belo Horizonte), wees hij
me op bijzonderheden van het landschap waar we doorheen reden en hij legde me
de betekenis uit van bepaalde geografische namen. Dat laatste kreeg een
staartje.
Het was me al opgevallen dat veel
plaatsnamen en namen van rotsen in Brazilië en hier in de deelstaat Minas Gerais
beginnen met Ita. Dat blijkt het
Indiaanse woord te zijn voor steen, in het Tupi-Guarani, de Indiaanse taal die
een stempel heeft gedrukt op de Braziliaanse taal.
De eerste naam waarop Augusto me
attendeerde, was Itacolomi, de naam
van een rotspunt tussen Mariana en Ouro Preto. Die punt bestaat uit een groot
rotsblok en een kleiner dat als het ware op de schoot van het grote blok rust. De
naam is dan ook een verbastering van ‘ita’ en ‘corumi’, ‘a pedra e o menino’,
de steen en het kind, ook wel: het kind van de steen.
Handig, bedacht ik me, om plaatsen
in het landschap aan te duiden met een steen. Een boom kan door de bliksem
worden getroffen, een huis kan vervallen, een stroom kan zich verleggen, maar
een steenformatie is bijna voor de eeuwigheid gefixeerd. Slim bedacht van die
Indianen. Vergelijkbaar met de wellicht modernere gewoonte om plaatsen te
noemen naar bruggen.
De volgende naam die Augusto voor
me uit de doeken deed, was van de stad Itabirito,
halverwege tussen Mariana en Belo Horizonte. Deze naam laat zien dat de plaats
herkenbaar was aan een ‘pedra que risca vermelho’, een steen met rode strepen, wat erop wees dat er in de regio
overvloedig ijzererts was (en nog is) te vinden.
Ik kreeg al snel de smaak te pakken
en stelde Augusto voor samen een catalogus aan te leggen van namen die met Ita…
beginnen, inclusief hun betekenissen. Hij stemde er joviaal mee in, maar in de
praktijk kwam het vooral op mij aan. We legden eerst een lijst aan van
uiteindelijk ongeveer vijfenveertig geografische namen die tamelijk gemakkelijk
te vinden waren. Die komen uit het hele immense Brazilië, van het Amazonegebied
in het noorden tot de deelstaat Rio Grande do Sul in het zuiden. Er moet in dit
land een veelvoud zijn te vinden van namen die met Ita… beginnen. Met alle
verschillen in de talen en dialecten van de Indianen hadden ze allemaal
kennelijk wel ita, steen, gemeenschappelijk.
Daarna werd het een zoektocht op
internet, waar met name in de Wikipedia van veel namen de herkomst wordt
uitgelegd. Uiteindelijk stelde ik een lijst samen met meer dan tweehonderd van
die met ita beginnende namen. Ik haal hier de in mijn ogen meest interessante
namen naar voren. Als je de herkomst van de namen kent, is het ook begrijpelijk
dat sommige namen meerdere keren voorkomen in dit land. Dat is bijvoorbeeld het
geval met de naam Itatiaia, wat betekent:
hoge, recht oprijzende rots met veel uitsteeksels.
Voor verschillende namen wordt
nagenoeg dezelfde uitleg gegeven. Itaberá,
Itaberaba en Itabira blijken alle drie te betekenen ‘glinsterende of
schitterende steen’. Daarentegen kom je soms voor dezelfde naam verschillende
omschrijvingen tegen. Dat geldt bijvoorbeeld voor Itabaiana, een naam die voorkomt in twee noordelijke staten, Paraíba
en Sergipe. Voor de naam in de deelstaat Paraíba vond ik de uitleg dat het een
combinatie is van ‘ita’ en ‘baiana’: de steen die danst. Dat zou verwijzen naar
een steen in de naburige rivier Rio Paraíba, die in een draaiende beweging
balanceert en daardoor de indruk maakt te dansen.
Voor Itabaiana in de deelstaat Sergipe kwam ik een heel andere uitleg
tegen. Het zou gaan om een combinatie van ‘ita’, steen dus, hier in de
betekenis van ‘serra’ = berg, met ‘taba’, inheems gehucht, en ‘oane’, dat
iemand betekent. Zo komt men tot de uiteindelijke betekenis: ‘naquela serra tem
uma aldeia, onde mora gente, naquela aldeia mora alguém’ oftwel: op die berg is
een gehucht waar mensen wonen, of: in dat gehucht woont iemand.
Zoals gezegd kom je namen met Ita…
in heel Brazilië tegen. In de noordelijke deelstaat Amazonas vinden we
bijvoorbeeld Itacoatiara.
Dat verwijst naar: ita, steen, en coatiara, beschilderd, gegraveerd of gebeeldhouwd,
een gekleurde steen met opschrift bij de toegang tot de stad.
In de zuidelijke deelstaat Rio
Grande do Sul komen we de naam Itá
tegen, enkel en alleen steen dus. Ook vond ik in die zuidelijke staat Itaara, hoge steen of stenen altaar.
Voor Itabela in de deelstaat Bahia stuitte ik op een verklaring die aan
de ene kant plausibel lijkt, maar toch ook wat vreemd is: omdat er aanvankelijk
‘tabelas’, tabellen met afstanden tussen de verschillende plaatsen, werden
gehanteerd (wellicht bij de toe- of uitgang van een stad of dorp) zouden
verschillende plaatsnamen in Bahia beginnen met ‘ita’, zoals deze naam Itabela.
Maar er wordt tussen haakjes ook verwezen naar ita = steen.
In Bahia ligt voorts een plaats met
de naam Itabuna, samengesteld uit de
combinatie van ita en una = zwart: de zwarte steen. In mijn eigen deelstaat
Minas Gerais kennen we Itaúna, met
dezelfde betekenis. En de naburige deelstaat Espírito Santo kent Itaúnas, dat te danken zou zijn aan
zwarte stenen in een rivier.
Itaboraí in
de deelstaat Rio de Janeiro komt uiteraard ook uit het Tupi-Guarani en betekent
‘pedra bonita escondida na água’, de mooie steen, verborgen in het water. Een
soort zoekplaatje, lijkt me, om de weg aan te geven.
Interessant is ook Itanhaém, een stad aan de kust van de deelstaat
São Paulo, die één van de oudste steden in Brazilië schijnt te zijn. Die naam
betekent ‘pedra que canta’, de steen die zingt, of ‘pedra que chora’: de
huilende steen. Misschien een steen die altijd in de wind staat of waar de
golven omheen spelen.
Eerder in dit verhaal wees ik er al
op dat veel plaatsnamen in dit immense land meer dan eens voorkomen. In het
register van een wegenatlas komt de naam Lagoa
Grande, groot meer, bijvoorbeeld zesmaal voor, in vijf verschillende
deelstaten. Eénmaal staat er ‘do Maranhão’, de naam van de deelstaat bij. Plaatsen
met de naam São Francisco kom ik 28
keer tegen, waarvan zes keer met als enige toevoeging de twee letters waarmee
de deelstaat wordt aangeduid, bijvoorbeeld MG voor Minas Gerais. Daarmee wordt
voor de hand liggende verwarring voorkomen. Ik noemde eerder Itabaiana: de stad met die naam in de
deelstaat Paraíba staat dus bekend als Itabaiana PA en in Sergipe als Itabaiana
SE.
Op de afbeelding bovenaan de Pico do Itacolomi, de steen met het kind of het kind van de steen.
dinsdag 29 november 2011
Panettone uit de eigen panificadora
We gaan naar de kerst (Natal) toe en als dat in de supermarkt ergens aan is te zien, is het aan de torens die worden opgebouwd uit dozen met panettones. Een panettone is een soort kerstbrood, van origine Italiaans, maar hier zo mogelijk nóg populairder. Het is een product waar dik aan verdiend kan worden, want je vindt ze voor prijzen van vijf real voor een ambachtelijk gemaakte panettone tot ongeveer honderd real in een groter formaat en een zeer luxe verpakking.
Nu we al een hele tijd genieten van zelf-gebakken brood kwamen we op het idee ook een panettone te proberen. De eerste poging was al geslaagd, maar inmiddels zijn we aan de derde bezig en die spant wat smaak betreft de kroon.
De panettones in de winkel zijn allemaal rond. Ze worden gebakken in een vorm waar het deeg bovenuit rijst, zodat de panettone van boven naar buiten krult. In de panificadora, onze broodbakmachine, zit dat er niet in, maar verder zijn de zelf-gebakken panettones top.
Hier een recept voor een panettone van ongeveer 700g, een eigen variatie op recepten die ik op internet vond.
Benodigdheden:
180ml lauw water
55g boter of plantenmargarine
2 eieren
2 grote theelepels vanille-essence
445 g witte bloem
2 soeplepels suiker
2 soeplepels melkpoeder
1,5 grote theelepel zout
2 grote theelepels droge biologische gist
40g lichte en donkere rozijnen
40g geconfijte vruchten
3 à 4 gedroogde pruimen, in snippers gesneden
Laat de rozijnen enige tijd weken in warm water. Gebruik dat water later voor de panettone.
Snipper de pruimen.
Doe in de broodmachine: zout, suiker, melkpoeder, enigszins gesmolten margarine, vanille-essence, het lauwe water waarin de rozijnen een half uurtje zijn geweekt en tot slot de bloem, de gist en de beide eieren.
Stel de broodmachine in op een gewicht van ± 700g en een middelmatige bruining van de buitenkant.
Kies een programma voor een gewoon brood (op mijn panificadora met 12 standen kies ik stand 2; de duur van het bakproces is dan een kleine 3 uur). Schakel de machine in.
Voeg de rozijnen, de gesnipperde geconfijte vruchten en de pruimensnippers toe zodra de machine een signaal geeft.
Het resultaat is een – al zeg ik het zelf – heerlijk, cake-achtig brood. De volgende keer ga ik ook wat pure chocolade toevoegen; dat schijnt de panettone nóg lekkerder te maken.
Op de foto’s: panettones uit het assortiment van de Lojas Americanas, hét Braziliaanse warenhuis, en bovenaan een blik in het hart van mijn eigen panettone.
Bert Ernste stuurde me deze link naar een super-de-luxe panettone, geïmporteerd vanuit Italië en in São Paulo te koop voor de prijs van R$ 675,00 oftewel € 275,00. Die krijg je dan wel met figuren van witte chocolade om van de uitgeholde panettone een kerststal te kunnen maken.
Bert Ernste stuurde me deze link naar een super-de-luxe panettone, geïmporteerd vanuit Italië en in São Paulo te koop voor de prijs van R$ 675,00 oftewel € 275,00. Die krijg je dan wel met figuren van witte chocolade om van de uitgeholde panettone een kerststal te kunnen maken.
zondag 18 september 2011
Jong vogelleven
De kolibrie of beija-flor tesoura gaat maar door met broeden in het nest onder het dak van mijn huis. Nadat er in juni weer een jong was uitgevlogen en het tweede uit het nest was gevallen zat de moeder voor ons gevoel al heel snel opnieuw op het nest. En begin september verschenen er weer jonge snaveltjes over de rand. Een paar dagen geleden was één van de twee uit het nest gekropen en een paar uur later had hij de benen of liever gezegd de vleugeltjes genomen. Gisteren was er geen leven meer in het nestje te bekennen zodat nummer twee ook moest zijn vertrokken. Maar toen ik aan het einde van de middag iets moest schoonmaken bij het aanrecht in de open waskeuken zag ik ineens iets bewegen op een emmertje met water. Daar lag een al bijna verdronken jonge beija-flor naar adem te snakken. Ik legde hem in de keuken op keukenpapier en liet hem daar met rust. Helaas kan een mens zo’n jong vogeltje nog niets te eten aanbieden, want het enige wat erin gaat, zijn door de moeder voorgekauwde insectjes, die de moeder met haar lange tong ook nog lijkt te injecteren.
Voor het slapengaan zetten we de jonge drenkeling in een bakvorm die aan de bovenkant grotendeels was afgedekt met een warmwaterzak. Vanochtend zat het vogeltje op de keukenvloer. Ik bracht hem naar buiten en zette hem op een muurtje in de zon. Het enige teken van leven was dat hij aldoor naar me keek en een klagend gepiep liet horen. Gelukkig merkte ik al snel dat de moeder in de buurt was. Vermoedelijk heeft ze haar jong een paar keer wat te eten gebracht. Hij was van het muurtje naar de vloer gevlogen en zat daar telkens op een andere plek. Nu is het weer donker en kouder en daarom heeft Daniele hem ‘in de watten gelegd’ in de bakvorm. Morgenochtend gaat hij weer naar buiten. Hopelijk overleeft hij het allemaal. Het zou zonde zijn als zo’n prachtig vogeltje maar zo’n kort leventje beschoren zou zijn. Hij staat wel heel mooi en aandoenlijk op de foto die ik van ’m kon maken, of niet soms?
Laatste nieuws: vanochtend veel gepiep in de woonkamer. De dreumes blijkt achter de TV-tafel te zitten. Ik neem hem op en breng hem naar buiten. Gelukkig is er volle zon. Laat zijn moeder zich zien, is mijn belangrijkste bekommernis? Ze zit op een antennedraad te wachten. Als ik me een paar meter terugtrek, overwint ze haar gebruikelijke neiging om te doen of ze niets ziet. Ze gaat naar haar drenkeling en begint onmiddellijk uitgebreid te voederen. Dan vliegt ze weg, op zoek naar meer om haar jong te verwennen. Hoera, de eerste horde is genomen. Misschien, misschien loopt het allemaal goed af!
Abonneren op:
Berichten (Atom)








